Waarmee kunnen we u helpen?

-

Finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst: toch nog recht op transitievergoeding?

Recht op transitievergoeding

Op 24 oktober 2016 heeft de kantonrechter in Maastricht (uitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2016:9981) geoordeeld over het verzoek van een werkneemster tot betaling van de transitievergoeding van € 28.375,00 bruto, nadat zij heeft getekend voor een vaststellingsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding na 15 jaar dienstverband. Partijen hebben elkaar finale kwijting verleend, maar is dat altijd voldoende? 

Casus

Werkneemster is sinds 2000 in dienst als medewerker van een amusementscenter. Zij wordt eind 2015 verdacht van diefstal en het tegen de instructies in verlenen van toegang aan een persoon op de zwarte lijst.

Vaststellingsovereenkomst

Werkneemster is hiermee door de werkgever geconfronteerd en een dag later hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van het dienstverband per 1 mei 2016:

  • waarbij rekening is gehouden met de opzegtermijn van vier maanden en;
  • een vrijstelling van werk is verleend gedurende die termijn.
  • Aan het slot van de overeenkomst is een finale kwijting-bepaling opgenomen waarbij partijen verklaren, na uitvoering van de afspraken, niets meer van elkaar te vorderen te hebben.
  • Een beroep op vernietiging wegens wilsgebreken wordt uitgesloten.
  • Werkneemster wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen 14 dagen terug te komen op het gegeven akkoord met de vaststellingsovereenkomst.

Bedenktijd 14 dagen

Werkneemster komt niet binnen de bedenktijd van 14 dagen op de overeenkomst terug. Binnen die termijn had zij middels een schriftelijke verklaring de overeenkomst kunnen ontbinden, waardoor er geen sprake zou zijn van beëindiging van het dienstverband.

Verzoekschrift werkneemster

Pas op 29 juli 2016, dit is nog net binnen de termijn van 3 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst waarbinnen het nog mogelijk is, dient zij een verzoekschrift in bij de kantonrechter. Zij verzoekt daarin haar ex-werkgever te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding.

Ter onderbouwing voert werkneemster het volgende aan:

(1) Dat er geen sprake is van een beëindigingsovereenkomst, maar van een opzegging door haar werkgever, waar zij onder druk mee heeft ingestemd.

Bij een opzegging door de werkgever is namelijk op grond van de wet de transitievergoeding verschuldigd. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Het gaat duidelijk om een beëindigingsovereenkomst.

(2) Dat haar werkgever niet aan haar mededelingsplicht heeft voldaan door de eventuele transitievergoeding niet te benoemen en werkneemster haar rechten op dat punt niet kende.

Ook dit verweer slaagt niet. Er geldt op grond van de Wet Werk en Zekerheid geen mededelingsplicht ter zake van een eventueel recht op een transitievergoeding. Omdat werkneemster ook een bedenktijd van 14 dagen had, had zij volgens de kantonrechter voldoende tijd om informatie in te winnen over haar rechten en plichten en de financiële voorwaarden daarbij.

(3) Dat de overeenkomst onder druk (van het doen van aangifte) tot stand is gekomen, waardoor de beëindigingsovereenkomst vernietigbaar is.

De kantonrechter wijst ook dit verweer van de hand. Werkneemster heeft de overeenkomst niet buitengerechtelijk vernietigd. Ook heeft zij geen dagvaarding uitgebracht waarin zij vernietiging op grond van bijvoorbeeld misbruik van omstandigheden vordert. Ze verzoekt nu alleen om betaling van de transitievergoeding. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat hem van druk van de werkgever in deze procedure niets is gebleken.

Uitspraak

Het verzoek van werkneemster tot betaling van de transitievergoeding wordt dan ook afgewezen.

Conclusie & tips bij  het sluiten van een vaststellingsovereenkomst

Niet in alle gevallen zal een dergelijke zaak zo aflopen. Bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst is het raadzaam om:

  • wat meer tijd te laten zitten (minimaal enkele dagen) tussen het doen van een voorstel en de uiteindelijke ondertekening en;
  • een passage op te nemen dat werknemer de tijd en gelegenheid heeft gehad om juridisch advies in te winnen.

Binnen bedenktijd van 14 dagen (als hierop in de overeenkomst gewezen is) danwel 21 dagen kan op de overeenkomst zonder reden teruggekomen kan worden. Maar buiten die termijnen kan wanneer de overeenkomst zonder tussenliggende bedenktijd en zonder het inwinnen van juridisch advies is getekend, onder omstandigheden sprake zijn van misbruik van omstandigheden of dwaling. De overeenkomst kan dan vernietigd worden door de rechter. Daarbij wordt de overeenkomst met terugwerkende kracht geacht nooit te zijn aangegaan, waardoor de werknemer gewoon in dienst is gebleven, met alle bijbehorende verplichtingen (o.a. loonbetaling) van dien. De werkgever zal dan opnieuw moeten onderhandelen over het einde van het dienstverband danwel een verzoekschrift tot ontbinding moeten indienen. Een transitievergoeding is niet verschuldigd bij ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, maar dat moet dan wel worden aangetoond. Daarvan is niet snel sprake.

Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van arbeidsrecht?

Schrijf u dan in voor onze Nieuwsbrief Arbeidsrecht:

Inschrijven Nieuwsbrief Arbeidsrecht

Heeft u over deze of andere onderwerpen vragen of wilt u advies?
Neem dan contact op met één van onze specialisten arbeidsrecht.
Zij helpen u graag verder.Philine_zw_360

 

Auteur: mr. Ph.H. (Philine) Elzerman

E: phhelzerman@benthemgratama.nl
T: 0384280077

U gebruikt een verouderde browser van Internet Explorer die niet meer wordt ondersteund. Voor optimale prestaties raden wij u aan om een nieuwere browser te downloaden. Hiervoor verwijzen wij u door naar:

browsehappy.com sluiten